Diagnose en behandeling
Diagnose
Uw huisarts kan de diagnose diabetes vrij snel vaststellen door een druppel bloed uit uw vinger te nemen. Via een bloedglucosemeter bepaalt hij vervolgens hoe hoog uw glucosespiegel is. Is die hoger dan 11 mmol/l (millimol per liter), dan wordt de test herhaald. Bij de tweede test mag u acht uur van te voren niet eten of drinken. Is de glucosewaarde bij die tweede meting hoger dan 6,0 mmol/l, dan is er sprake van diabetes. De afkorting mmol/l staat voor millimol per liter. Deze maat, millimol, geeft de hoeveelheid bloedglucose per liter bloed aan. In sommige landen wordt een andere maat gebruikt. Namelijk mg/dl; milligram per deciliter.
Behandeling
Diabetes gaat niet over, maar kan gelukkig goed worden behandeld. De behandeling van diabetes is gericht op het verlagen (reguleren) van de bloedglucose. Deze behandeling zal in de praktijk levenslang nodig zijn.
Het soort behandeling hangt af van het type diabetes. Zo wordt diabetes type 1 behandeld met insuline en diabetes type 2 meestal alleen met bloedglucoseverlagende medicijnen. Een combinatie van tabletten en insuline en aanpassing van leefstijl komt ook voor. Bij diabetes kunt u veel zelf doen in de behandeling. Als u leert uw bloedglucose zo normaal mogelijk (tussen de 4 en 10 mmol/l) te krijgen en te houden (= reguleren) nemen de klachten af en zorgt u ervoor dat u zo gezond mogelijk blijft. Regelmatig contact met uw behandelaars kan u daarbij helpen.
U kunt zelf veel invloed hebben op de hoeveelheid glucose in uw bloed, door bijvoorbeeld te letten op de hoeveelheid koolhydraten die u eet en door regelmatig te bewegen. Zelfcontrole en zelfregulatie zijn belangrijke onderdelen van de behandeling van diabetes.
Overgewicht is een belangrijke oorzaak voor het ontwikkelen van diabetes type 2. In de behandeling van diabetes type 2 is gewichtsafname dan ook een belangrijk aandachtspunt; wie afvalt, hoeft soms geen medicijnen meer te gebruiken.
Waar moet u op letten?
Diabetes kan allerlei complicaties tot gevolg hebben. Problemen met de voeten, verminderde functie van de nieren (nefropathie), beschadigde zenuwen (neuropathie), problemen met de ogen (retinopathie) en een grotere gevoeligheid voor infecties zijn zulke complicaties.
Bij alle typen diabetes bestaat het risico op hypo’s en hypers: een sterke daling (hypo) of stijging (hyper) van de bloedglucosespiegel. Als een hyper lang duurt of een hypo ernstig is, bestaat het risico dat u in coma raakt.
Hier vindt u beknopte informatie over diabetes. Uitgebreide informatie vindt u in de diabeteswiki.
